Gedragsproblemen

Gedragsproblemen begeleiding

- Wat zijn gedragsproblemen? -

Alle kinderen vertonen weleens dwars, opstandig of agressief gedrag. Als dit gedrag echter langere tijd vaak voorkomt en leidt tot nadelige gevolgen voor het kind en zijn omgeving, kan er sprake zijn van een gedragsprobleem of gedragsstoornis. Kinderen die gedragsstoornissen hebben kunnen 2 vormen van ongewenst gedrag vertonen:

Oppositioneel: deze kinderen zijn moeilijk in de opvoeding, ongehoorzaam en in verzet. Er is echter geen sprake van gewelddadig gedrag.
Antisociaal: hierbij heeft een kind geen respect voor de rechten en gevoelens van anderen.

Dit gedrag kan al vroeg beginnen, bijvoorbeeld rond de peuter- of kleuterleeftijd, en dan doorzetten in de puberteit. Deze kinderen hebben vaak een moeilijk temperament. Ze kunnen impulsen moeilijk onderdrukken en hun emoties slecht beheersen. Het is voor de ouders dan moeilijker om grenzen te stellen en consequent te blijven. Daarnaast zijn sommige kinderen minder gevoelig voor pijn en verdriet van anderen. Ook zijn ze minder gevoelig voor straf. Deze kinderen hebben vaak het idee dat ze “altijd van alles de schuld krijgen”. Ze zijn vaak niet in staat om hun eigen rol in het geheel te zien en hun gedrag aan te passen aan de situatie waarin het kind zich bevindt.

Het kan ook zo zijn dat dit gedrag in een later stadium begint, dit is meestal na het 10e jaar. Vaak is er dan sprake van gezagsconflicten en aansluiting bij een groep leeftijdsgenoten die bekend zijn met lichte of ernstigere vormen van criminaliteit. Het ongewenst gedrag is dan vaak van beperkte duur. Dit komt o.a. doordat deze kinderen, in vergelijking met kinderen die al vanaf jongs af aan gedragsproblemen vertonen, veel beter zijn toegerust met belangrijke (sociale) vaardigheden die ze zich in de schoolleeftijd eigen hebben gemaakt.

- Hoe gaan we te werk? -

Door middel van gesprekken met ouders en kind wordt in kaart gebracht waar er problemen worden ervaren. Inzicht krijgen in het ontstaan en het blijven bestaan van gedragsproblemen is hierbij belangrijk. Dit inzicht leidt tot aanknopingspunten om gedrag te veranderen. Eventueel samen met oudergesprekken, kan gekozen worden voor een training voor het kind zelf. Gedacht kan worden aan een programma voor gedragsregulatie. Hierbij komen thema’s naar voren zoals (afhankelijk van de hulpvraag):

- ruzie oplossen zonder boos te worden
- oplossingen bedenken voor moeilijke (sociale) situaties
- opkomen voor jezelf zonder ruzie maken
- minder snel boos worden
- eerst nadenken en dan pas reageren
- onzekerheid omzetten in meer zelfvertrouwen
- benoemen en herkennen van eigen emoties
- benoemen en herkennen van emoties bij anderen
- gevoelens koppelen aan bepaalde situaties